T T

Villa Vrouwenhof met stadspark

Publicatiedatum 20-06-2017

Wandelen in de lanen met oude statige eiken bomen, vijvers, bruggetjes en grachten midden in de stad. ‘s Ochtends vroeg kan men er genieten van gezang van verschillende vogels. Zelfs fazanten en reigers laten zich zien. Tientallen konijnen rennen schielijk weg bij het zien van mensen. Nog even kunnen ze profiteren van ruimte en hun vrijheid. Totdat de stad ontwaakt en het verkeer hun geluid overneemt. De ‘jachtige wereld’ komt op gang!

We moesten op de paden lopen, zeker niet op het gras, wanneer we gingen wandelen in het Vrouwenhof met de familie. De graskanten waren keurig strak gesneden en op de paden was geen vuiltje te zien. Bovendien er liep altijd wel een politieagent met zijn fiets aan de hand te controleren en om de orde te bewaken! En die was niet flauw hoor. Hij gaf meteen een bekeuring wanneer iemand zich op het grasveld bevond. En een fikse waarschuwing er bovenop! De schrik zat er dan ook goed in. Trouwens op de lagere school werd ons met regelmaat vertelt wat we wel en niet mochten. En diegene die ons dat vertelde had altijd gelijk volgens onze ouders. En daar hielden we ons dan meestal maar zo goed mogelijk aan!

De Villa Vrouwenhof en het park hebben diverse eigenaren gekend. De villa stamt uit 1830 en is uitgevoerd in neoclassicistische stijl. Naar alle waarschijnlijk heeft Prins Maurits de villa nog als jachtslot gebruikt. Na de inname van Breda werd Prins Maurits ‘Krijgsheer’. De list met het turfschip van Adriaen van Bergen uit Etten-Leur was gelukt op 4 maart 1590. Prins Maurits was toen 23 jaar. Dit alles naar het bekende verhaal ‘Het paard van Troje’. In de villa werden onderhandelingen gevoerd wat geleid heeft tot de vrede van MĪ‹nster op 30 januari 1648 vastgesteld en definitief getekend op 15 mei 1648. Voor Nederland en België was het een belangrijk verdrag tussen Spanje en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Hiermee kwam ook een einde aan de 80-jarige oorlog.

De familie Scholten van Aschat bewoonden het landgoed in 1850. De heer Scholten van Aschat was belastingcontroleur, de hoogste baas bij de Belastingdienst. Vandaar dat naar hem de Scholtensboslaan is vernoemd. Het sprookjeshuisje werd in die tijd door de familie Scholten van Aschat gebruikt als hoenderhok.

Rond 1900 werd het koetshuis, dat los stond van de villa. Een modelstal voor koeien welke geselecteerd werden voor export naar België en Frankrijk. Als grensgemeente en een goede internationale spoorverbinding met België, ging het goed met de veehandel in Roosendaal.
Daarna kocht een suikerfabrikant het huis. Vervolgens Maximiliaan Gallenkamp. Zijn dochter huwde met Aloysius van Gilse. Hij was een telg uit de bekende en invloedrijke Roosendaalse familie van Gilse. De Van Gilselaan herinnert nog aan deze rijke Roosendaalse bankiersfamilie. Door de grote Beurskrach in Amerika die wereldwijd toesloeg, ging de bank failliet in de crisis jaren 1930. De hele familie van Gilse met aanhang, was op slag straatarm. Maar ook honderden kleine spaarders werden door de failliete bank meegesleurd. ‘Gewone mensen’ die hun spaarcentjes toevertrouwd hadden aan de bank, waren hun geld ook op slag kwijt.

In de jaren ’70 werd het koetshuis een jongerensociëteit, maar is jammer genoeg door brand totaal verwoest. Op de plek waar ooit het koetshuis stond liggen nu vier jeu de boules-banen. In 1946 kocht het Rijk het landgoed met park en koetshuis van eigenaar Josephus-Ludovicus Portocarrero. Geboren 1890 te Antwerpen. Overleden te Roosendaal in 1966. Het landhuis, koetshuis, park en de weilanden werden aangekocht voor FL.68000,=. Wat dit voor een persoon was is mij niet bekend. Wel hoorde ik verhalen die mijn vader over deze persoon vertelde met zijn broers en collega‘s! Voor mij hing er altijd een mysterieuze, vreemde sfeer wanneer zijn naam genoemd werd en mijn oren goed open stonden! Het schijnt een veekoopman geweest te zijn die niet zo fris uit België is vertrokken. Mijn vader en zijn broers handelden ook in vee en vlees. En wellicht dat ze deze persoon in de handel tegenkwamen en hem op deze manier moesten ontmoeten.

Het Vrouwenhof werd in 1947 stadspark naar ontwerp van Jan Bijhouwer, Hoogleraar Tuin- en Landschaparchitectuur. Hij ontwierp o.a. het parkje aan het Knipplein en Prinses Beatrixplein, Burgemeester Coenenpark, Emile van Loonpark, Begraafplaats Bredaseweg enz. Amsterdammer Jan Bijhouwer (1898-1974) was landelijk bekend als ontwerper. Er werden sportvelden aangelegd voor voetbal en hockey. In 1950 bouwde men er een volière, rosarium, flamingovijver, hertenkamp en hoenderpark, fontein, doolhof, bruggetjes en de Japanse boogbrug. Verder dan nog de grote ophaalbrug. Vooral ‘s avonds, tegen dat het donker werd, klonk uit de verlichte paddenstoelen sprookjesachtige muziek. Op verschillende punten in het park stonden die paddenstoelen. Muziek die paste bij de sprookjesfiguren die we allemaal kennen. Ook een aantal zitbanken werd geplaatst. Ik herinner me nog het sprookjeshuisje. Er waren steeds wisselende sprookjesfiguren zoals Assepoester, Hans en Grietje, Sneeuwwitje enz. te zien. Hier konden we onze fantasie eindeloos laten gaan. De vijvers en grachten, waar grote goudvissen en karpers door het schone en propere water zwommen en tussen de prachtige waterplanten door gleden. Het beeld in de vijver is gemaakt door de Roosendaalse beeldhouwer Joop Vlak. Het staat er nog! De waterput en al even mysterieus, de doolhof, waar we verstoppertje speelden en elkaar lieten schrikken. Eendjes voeren, wat een genot. Verder de houten loopbrug waar we zoveel mogelijk keren probeerden op en af te lopen.
In de winter kon er worden geschaatst op de vijver en grachten wanneer het gevroren had. Het Rosarium, gemaakt in 1954, waar we gingen dansen op zaterdagavond, met de feeërieke verlichting. In de vijver stonden de pelikanen op een been te slapen wanneer het wat later in de avond werd. Maar het was ook wel gezellig. Dansen op de muziek van het Roosendaalse dansorkest ‘de Caldonians’.

Met de meeste zorg werd de tuin onderhouden. Dagelijks waren er hoveniers druk aan het werk. Het gras van de voetbalvelden werd gemaaid en kort gehouden. Er stonden voor de ‘thuisclub’ en de ‘bezoekers’ elk een kleedkamer met wasbakken. In 1964 werd het huis gekocht door de Gemeente Roosendaal en werd het een restaurant. Tegenwoordig (2012) is het een chineesrestaurant Vrouwenhof.

Op woensdagavond werd er ‘film gedraaid ‘ door de heer Reichart. Geweldig die sfeer, sereen en rustig, zonder enige wansmaak! Dit gebeurde in het openluchttheater. Waar ook de Eucharistieviering tijdens de Nationale Jeugdronde de Heilige Mis plaatsvond. De Heilige Mis gedaan door Redemptorist C.s.S.R. Pater Theo de Caluwé. Op woensdagmiddagen waren er kindervoorstellingen, doch enkel bij goed weer natuurlijk.

De speeltuin werd geopend in 1948. De speeltuin, wijd en zijd bekend, vooral door Belgische gezinnen druk bezocht. De beheerder van de speeltuin, Janus van Haperen, woonde in een Oostenrijkse woning bij de speeltuin en hield alles in de gaten. Bij hem moest men ook een kaartje kopen aan de kassa om de speeltuin te bezoeken. Met een sigaar in zijn mond overhandigde hij dan een bewijs. En van hem kregen we te horen hoe we ons moesten gedragen in de speeltuin. Ieder kind kon op zijn beurt meerijden in de ponywagen voor een rondje speeltuin. In het jaar 1973 brandde de kassa van de speeltuin totaal af.

Ter gelegenheid van de opening van het openluchttheater speelde men het toneelspel, ‘Prins Maurits in het Vrouwenhof’ en ‘Of liefde in de drie snoeken’. Onze schoolmeester Rinus Luykx was de hoofdfiguur Prins Maurits. Meester Luykx was onderwijskracht aan de Sint Georgeschool, Kalsdonk. Ik heb nog bij deze meester in de klas gezeten. Een veelzijdig iemand: schoolmeester, speelde viool, was dirigent van het kerkkoor, kon mooi zingen, jeugdleider en omroeper bij voetbalclub RBC tijdens de voetbalwedstrijden. Nooit geweten dat hij voor Prins Maurits heeft ‘gespeeld’. Misschien maar goed ook!

Ik herinner me nog goed de voetbalwedstrijden met competitie op de velden. Verschillende Roosendaalse bedrijven en fabrieken stelden elftallen samen van werknemers om tegen elkaar te voetballen. Dit alles gebeurde in de avonduren, na werktijd! De jeugdafdeling van voetbalclub R.K.V.V. Roosendaal heeft de velden nog gebruikt om te trainen. Later werd er een skatebaan en basketbalveld aangelegd.
En Popfestivals door ‘Blommenkinders’. Dit jaar, 22 juli 2012, de 6e editie. Muziek uit de jaren 1960 en 1970 stond centraal. En werd gespeeld door diverse bands. O.a. Kinksize-Mirage-Himalaya en anderen. Maar natuurlijk ontbrak de Nederlandse Bob Dylan, Armand niet bij Blommenkinders. Armand maakte deel uit van de hippiegeneratie in de jaren begin 1960. Blommenkinders zorgden voor een ommekeer van netjes in rok, kostuum, overhemd en stropdas geklede jongeren begin de jaren 1960. Veel jongelui kozen voor het hippie worden! Lange geverfde haren en bont gekleurde kledij was hip. Protestzang en dans gepaard gaande met het lak aan de hele wereld! Het gebruik van verdovende middelen begon ook populair te worden en nam razendsnel toe. Dat had Prins Maurits met zijn leger moeten zien zeg! Tja!
En de Vrouwenhofconcerten op woensdagavond. Altijd spannend wat de weersomstandigheden betreft. Palm Parkies verzorgd op een eigentijdse, moderne wijze deze festivals, die bij goed weer druk bezocht worden. Muziek, zes weken lang op woensdagavond. Dit jaar van 4 juli 2012 tot 15 augustus 2012. De afsluiter van de concerten was de beste coverband 2007 van Nederland met rockabilly muziek ‘Big Shampoo and the Hairstylers’. Geweldig!

Leuk detail is de schoenenboom! In Rotterdam hebben ze er één, maar wij in Roosendaal ook hoor. Skaters gooien uit verveling of ‘zomaar’ hun oude, misschien soms nog wel goede, gympen en schoenen en delen van hun skatebord in de boom. Ze worden met veters aan elkaar gestrikt en onder gejuich in de boom gegooid en gehangen. Mooi om te zien?? Het ‘idee’ komt oorspronkelijk uit Amerika.

Verder hebben we in Roosendaal nog een aantal stadsparken. Echter niet meer zo mooi onderhouden als weleer. Dit heeft zijn redenen natuurlijk, door verandering van de tijd. ‘De nieuwe tijd’!


Foto: Het Vrouwenhof te Roosendaal in 1964, collectie West-Brabants Archief.

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties
Reageer op dit verhaal
Captcha code
* = verplicht
Verstuur reactie