T T

IJsdikte

Publicatiedatum 19-06-2017

Ik vermoedde ze al, de bladervlinders
bij dit herfstven; ik dacht achter mij
fladderen te horen. Zij sloten gebroken
hun vleugels op mijn beide schouders.

Vandaag in de snijdende oostenwind
teruggevochten: handen diep in de zakken
en de das vervaarlijk om mijn mond,
schaatsen over mijn schouder geslagen.

In weemoed het snerpend snijden
van jongensijzers op het ijs,
het guirlandes zwieren en het bloot lachen
van de tanden in de meisjesmond.

Warm als zopie werden mijn ogen
toen ik verderop het ijs zag blinken.
Het lag er beloftevol, koud en vlak
aan een zijde; verder niets dan wak

waarin eenden genoeglijk kwakend
onderdoken toen zij mij daar zo gevaarlijk
koukleumen zagen en ze heel het Rozenven
met bosrand weer het hunne maakten.

Ik keerde om, wind in de rug en
verder was het ijzig stil, behalve dan
het snerpend snijden en de witte tanden.
Voor het fladderen sloot ik voor nu mijn oren.
 

Foto: Schaatsen op het Rozenven, Thom van Amsterdam/Brabants Nieuwsblad, collectie West-Brabants Archief.

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties
Reageer op dit verhaal
Captcha code
Het DNA van Roosendaal

Het DNA van Roosendaal

Bert Mathijssen mag met recht een Bekende Roosendaler worden genoemd. In september 2013 sprak hij plaatsgenoten toe over wat volgens hem het DNA van Roosendaal is. Bert was zo goed om zijn verhaal met ons te delen via de verhalenbank. Ga er maar eens goed voor zitten en laat u door hem meenemen door de tijd.

> Lees meer
Onkuisheid biechten

Onkuisheid biechten

Met lood in zijn schoenen liep Harry naar de biechtstoel. Hij was er van overtuigd dat hij een doodzonde had begaan. Wat zou de kapelaan hiervan zeggen?

> Lees meer
Mijn wondervolle reis

Mijn wondervolle reis

Tijdens de Nationale Museumweek nam Irma Hopstaken-Oostvogels contact met ons op. Het dagboek van haar vader bevat prachtige verhalen en tekeningen. In dit verhaal beschrijft hij zijn wondervolle reis in september 1953.

> Lees meer