T T

Kasteel te Wouw

Publicatiedatum 19-06-2017

‘Ik bid u,
Haus des WOVDE mijn omvangrijk lief
herinnering uit lang vervlogen levens,
laat mij u zien,’ zo bad ik onderweg.
Ik fietste er opgewonden
door wind en regen heen. Ze gaf niet thuis,
geen ramen in het duister. Niets te zien dan nat
gras, hagen en wat struiken.

Haar liefde ongrijpbaar, van een platonisch soort,
brengt zij evengoed mijn genot tot torenhoogte.
Met haar ronde dikke muren en grachten heerlijk diep
verleidt ze mij tot omgang
op de houten weergang langs vijf torens
naar een neergang; vanaf de kantelen val ik
mistroostig
haar gedempte gracht in.

Hoop gloort in de kasteleinswoning bij de eerste poort
daar klokt de wijn, klinken kroezen en smeken beden:
omfloerst met toekomstdromen leggen de heren van
de stichting ‘Kasteel Van Wouw’
haar begeerlijke fundamenten voor eeuwig bloot;
zodat ik na het fietsen voortaan cultuurhistorisch en
verantwoord mijn lief achter hagen en wat struiken
waarlijk beroeren kan.

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties
Reageer op dit verhaal
Captcha code
Het DNA van Roosendaal

Het DNA van Roosendaal

Bert Mathijssen mag met recht een Bekende Roosendaler worden genoemd. In september 2013 sprak hij plaatsgenoten toe over wat volgens hem het DNA van Roosendaal is. Bert was zo goed om zijn verhaal met ons te delen via de verhalenbank. Ga er maar eens goed voor zitten en laat u door hem meenemen door de tijd.

> Lees meer
Onkuisheid biechten

Onkuisheid biechten

Met lood in zijn schoenen liep Harry naar de biechtstoel. Hij was er van overtuigd dat hij een doodzonde had begaan. Wat zou de kapelaan hiervan zeggen?

> Lees meer
Mijn wondervolle reis

Mijn wondervolle reis

Tijdens de Nationale Museumweek nam Irma Hopstaken-Oostvogels contact met ons op. Het dagboek van haar vader bevat prachtige verhalen en tekeningen. In dit verhaal beschrijft hij zijn wondervolle reis in september 1953.

> Lees meer