T T

Struikrovers

Publicatiedatum 19-06-2017

Hoe koud en hunkerend
mijn kindervingers,
hoe nat van herfstmist
de kleren
als wij vanachter de haag
de bietenwagens begeerden
die, snelheid trekpaardengesjok, ons passeerden.
Vanuit de hinderlaag renden wij gehurkt de schamelwagen
achterna, sprongen op de opstap, hingen aan de achterklep
waarboven in de eerste bietenrijen als witte klinkers
de peeënkoppen aaneengesloten geslagen waren.
De gretige kindervingers peuterden vruchteloos
in dit witte cirkelsvlak. De nagels raspten pulp.
Zoet weeïge geur van biet en klei
verstopte onze neuzen en de harten
bonkten zo krachtig luid dat wij niet de boer
zijn klompen hoorden. Hij die ons
al in de hinderlaag ontwaard
en vroeg reeds van de bok gegleden
ons, nog bungelend aan de achterklep,
plotsklaps
geducht de huid vol schold
en met zijn wilgentwijg fel en telkens
glimlachend mis sloeg
terwijl wij over de klinkers rolden en
struikelend achter de haag weer
verdwenen.
Dan als alles rustig was
bonkten wel twee, drie bieten
achter ons op de grond.
Het kerstkonijn zou zoeter smaken
en wij waanden ons, krijgshaftig natte ogen,
de suikerrovers van de herfststraat.

 

Foto: De workshop ‘Lampionnetjes maken van suikerbieten’ voor kinderen door Eva en Alexandra Luijkx van Atelier DeLuxe op het voorplein van het Tongerlohuys  tijdens het Roosendaals Treffen, E.A. de Rooij, collectie West-Brabants Archief.

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties
Reageer op dit verhaal
Captcha code
* = verplicht
Verstuur reactie