T T

Van Dolle Maandag naar de Bevrijding Deel 1

Publicatiedatum 26-06-2017

Bij het opruimen van de zolder kan ik het niet over mijn hart verkrijgen om een doos met schoolschriften zomaar bij het oud papier te zetten. Zo zat ik dus een hele dag opstellen, rekenoefeningen en wiskunde van de lagere en middelbare school door te bladeren, tot ik een schrift tegenkwam dat niet met mijn eigen hanepoten was volgeschreven, maar met het regelmatige handschrift van mijn vader. Geen idee hoe het daar is terechtgekomen, maar gelukkig is de doos steeds meeverhuisd van Halsterseweg naar Bonairestraat naar Derpsestraat naar Kerkstraat naar Knippenbergstraat naar Maassingel. De foto’s stonden niet in het dagboek, maar komen uit het fotoalbum van Pa. Het is te interessant om het voor mij alleen te houden, vandaar deze facsimile uitgave, die gedrukt is met hulp van Loesje en Jan.

Januari 2008

Kees Pijs
Deurne

 

 

Dagboek vanaf 4 september 1944, de eerste vlucht der Duitscher, tot en met 2 november 1944
 

 



Maandag 4 september 1944

Bergen op Zoom 11 uur voormiddag:  Op kantoor komen de eerste berichten binnen, dat het erg rumoerig wordt in de stad. Fietsen worden door de Duitschers afgenomen. Wie zijn fiets niet vlug wil geven, wordt eraf geslagen. Paarden en wagens worden in het wilde weg gevorderd, tot zelfs bakkerskarren en driewielers.
In Heerle hebben de daar liggende Duitschers opdracht ontvangen om op te trekken naar Antwerpen, om daar strijd te leveren tegen de oprukkende geallieerde troepen.

1 uur namiddag:
Na het eten ga ik de stad eens in om eigen indrukken op te doen. Het is nog rumoerig, doch geen fiets is er nog op de straat ten bespeuren. Duitschers, in hun met takken gecamoufleerde auto’s rijden druk heen en weer, vooral de Antwerpschestraat op en af. Het doet me zelfs herinneren aan de laatste Franse auto’s in Mei 1940, toen de Duitschers in aantocht waren. Hier was dezelfde gejaagdheid.
Plotseling een zware ontploffing in de stad, en weer een! Ik ben juist op de Hoogstraat en als ik de Markt over kijk, dan zie ik boven het stadhuis een ontzettend zware donkere rookwolk hangen. Ik maak haast om maar gauw op m’n werk te komen. De opwinding in de stad neemt gaandeweg toe. Eenieder haast zich naar huis of naar het werk. Niemand weet nog precies wat het geweest is. Gissingen in overvloed. Hier hoor ik vertellen, dat de Zoombrug in de lucht is gevlogen. Verderop zegt men, dat de Wilhelminakazerne ’s-Morgens reeds was ondermijnd en nu de lucht in was gegaan. Ook het Arsenaal wordt in dit verband genoemd.

Op kantoor is nog niemand aanwezig. De werkmenschen trokken nieuwsgierig bij elkaar aan de straatkant. Een opgewonden voorbijganger komt naar ons toe en zegt, dat de Engelschen reeds in Antwerpen zitten. Prins Bernard had om kwart over een in Antwerpen voor de radio gesproken. Het was vast en zeker waar. Daar en Daar had hij het zelf gehoord. Hij kwam er zelf juist vandaan. Vandaar natuurlijk die haast van de Duitschers om alles tot ontploffing te brengen. Dat wordt me toch te machtig. Ik neem me voor om maar naar huis te gaan en m’n fiets op kantoor achter te laten. Onderweg kom ik Jo Plevier tegen, eveneens op stap naar huis. Getweeën gaan we op weg. Bij “Coronse” halen we Laurens op, doch die is er nog niet. Zou z’n fiets afgenomen zijn. In de Bredaschestraat komen we hem tegen. Ik vertel hem het verhaal over Antwerpen. Hij heeft gehoord, dat de Duitschers ’n jongen van de Halsterscheweg hebben doodgeschoten, omdat die z’n fiets niet wou afgeven. Hij gaat ook maar mee terug. Een collega op de Wouwscheweg vertelt me de juiste berichten van den overkant. Het verhaal van Antwerpen en Prins Bernard blijken onjuist te zijn. Wel is het Juliana kanaal op Belgisch gebied bereikt. Op de Wouwscheweg trekken al troepen op vrachtwagens naar oostelijke richting. Bij elke wagen zitten op de spatborden Duitsche soldaten met het geweer in den aanslag en met handgranaten tusschen hun koppelriem.

Bij bakker de Kok halen we onze Piet op. Die wil ook de stad wel uit. Met ons vieren trekken we op tot het protestantsche kerkhof. Nog steeds rijden ons vrachtwagens voorbij. Overal hoort men vertellen, dat de fietsen bij de menschen zijn weggenomen. Jo d’r fiets staat aan het Koepel. Die nemen we mee. We gaan door de weg langs het schooltje. Bij de kazernes juist achter de Martelarenkerk stijgt nog steeds een dikke zwarte rookpluim op.
Bij wachtpost 10 aan den overweg staan enkele menschen die zich schuil houden. Ze vertellen ons, dat een honderdtal meters verder een Belgische wagen met drie Duitschers staat. Ze zijn stomdronken en hebben zojuist het paard van melkboer Deelen uit Heerle doodgeschoten, omdat Deelen het niet vlug genoeg wilde afgeven. We wagen het maar niet, om daar voorbij te gaan en trachten nu dwars door het veld over het spoor en zoo langs Wesenbeeck en langs de spoorlijn tot aan Heerle. De Duitsche Pantserafdeling staat opgesteld om te vertrekken. Ook deze soldaten zijn dronken. Ze vertrekken naar Antwerpen. Om vijf uur in de namiddag is alles opgeruimd en het is heel stil op het dorp.

7 uur namiddag:
Eenieder is in afwachting van de dingen die komen moeten. In de verte heel ver gedreun van ontploffingen. In de kerktoren uitgekeken.

9 uur namiddag:
Het wordt al donkerder. Het aantal ontploffingen neemt overhand toe. Er zijn zelfs hele zware bij. Zwarte rookwolken stijgen op. Het is de richting Antwerpen. Op het dak van het huis van Meester Plevier kunnen we wat verder kijken. Later zijn we nog op het kerkhof geweest. Soms zien we een grote vuurgloed en dan
een dertig tellen daarna horen we het geluid van de ontploffing. Het is dus een tiental kilometers hier vandaan in de richting Ossendrechtof Putte.
Zouden ze daar al zitten. Enigszins angstig gaan we de nacht in. Tot laat in den avond horen we de explosies nog.

 



Dinsdag 5 september 1944

Tegen aller verwachtingen in is het een rustige nacht geweest. Het heeft nog wel gedreund van de ontploffingen, doch deze dreven meer af in oostelijke richting.

7 uur voormiddag:
De berichten luiden: "Breda bereikt en Antwerpen gevallen. Door de snelle opmarsch zijn de havens zoo goed als gespaard gebleven. Minister Gerbrandy heeft de geallieerde troepen welkom geheten op Nederlandsch grondgebied.”

9 ½ uur voormiddag:
Te voet naar de Roskam gelopen. Er is in ’n kwartier tijds niets gepasseerd. In de buurt van het station zijn overal fietsen gevorderd gedurende de nacht.

10 uur voormiddag:
Met Mien gewandeld binnendoor naar Wouw en over de Rijksweg terug. Nu is het veel drukker met terugtrekkende troepen. Het geheel geeft een wanorderlijke
en onoverzichtelijke indruk, echt de indruk van een verslagen en ordeloos leger. Per fiets. Met paard en wagen, meestal Zeeuwse wagens, trekt een bijna
ononderbroken optocht in de richting van Roosendaal. De troepen die tevoet zijn, vorderen van huis tot huis fietsen. Bij boeren wordt paard en wagen opgeëischt.

12 uur middag:
Het trekken op de Rijksweg neemt steeds toe. De meeste soldaten zijn dronken en zien er verwilderd en vermoeid uit.

2 uur namiddag:
Er wordt tegen gewaarschuwd om langs de Rijksweg te gaan staan, “de S.S. is aan het terugtrekken”.

4 uur namiddag:
Een pantserwagen met dronken bestuurders heeft aan de Wouwse Tol een 10-tal menschen met mitrailleur vuur bestookt. De 2 gebroeders Wesenbeeck gedood.
De eerste slachtoffers in de buurt.

7 uur namiddag:
In de verte nog steeds ontploffingen. Geruchten in overvloed. De Engelschen zouden de Moerdijkbrug in handen hebben. Ze zaten in Leur en rukken op naar Roosendaal. Iedereen is optimistisch gestemd en verwacht binnen enkele uren de eerste Engelschen. Iedereen heeft het in den mond: “Wat komen we er toch goed vanaf. Daar zijn we altijd zoo bang voor geweest, maar de Duitschers zijn verslagen en kunnen geen weerstand meer bieden. In West-Brabant zijn ze ingesloten”. De vlaggen worden reeds opgezocht en gereed gelegd. Op sommige plaatsen hangen ze al uit, zoals in Oud-Gastel en Hoogerheide.
Om de nacht in te gaan zijn we niet bang meer. Wel zijn we bang, dat de geallieerden hier de zaak ’s-nachts zullen bezetten. Dat zou eeuwig jammer zijn, want dan kunnen we hen niet zien om welkom toe te roepen.
 



Woensdag 6 september 1944

Van de geruchten van den vorigen dag schijnt niets waar te zijn. De Engelsche zender beweert nog wel: “Naar het heet hebben de gealliaaerde voorposten Breda bereikt”. “Naar het heet”, zij houden dus een slag om den arm. De ontgoocheling is over het algemeen zeer groot. Het is waar, de Duitschers zijn er zelf lelijk in geloopen, want de terugtrekkende troepen hielden vandege rekening met een bezet Breda. Het terugtrekken op de Rijksweg houdt nog steeds aan. Ook de Duitschers op de wegen schijnen te gelooven, dat Breda gevallen is. Haast hebben zij niet meer. Ze laten hier en daar bij de boeren uit, dat ze zoo maar wat rondzwalken, tot ze de eerste Engelschen tegenkomen om zich over te geven. Een auto met Duitschers komt de achtergebleven levensmiddelen ophalen. Ze vertellen, dat er bij Merxem hard wordt gevochten. Er zouden vele gewonden zijn.

Overdag en ’s-avonds onophoudelijk gedreun van geschut, dat met het uur dichterbij komt. Het blijkt, dat de Duitschers bij Antwerpen tegenstand gaan bieden.
Zou er nou toch nog gevochten worden? Het optimisme van den vorigen dag is helemaal verdwenen. Iedereen gaat het weer donker inzien. In de late avond verdwijnt het geschut weer meer in de verte. Thuis enkele koffers met kleren en eetwaren gereed gezet en ieders bovenkleren gereedgelegd. We worden weer banger van de nacht. ’s-Middags een schuilloopgraaf gemaakt in de tuin. Overdag de eerste Engelsche jagers in de lucht. Zouden het verkenners zijn, die het
offensief gaan voorbereiden?

 



Donderdag 7 September 1944

’s-Morgens half tien uitvaart van de gebroeders van Wesenbeeck. De verslagenheid onder de familieleden is ontstellend groot. Een stampvolle kerk met belangstellenden. Tijdens de begrafenis nog geschut uit de richting Zeeland. De berichten van den overkant luiden: "Van Nederland geen officiële berichten
bekend!”. Het is dus niet waar, dat op Nederlandsch grondgebied wordt gevochten. De stemming neemt met het uur af. Niemand weet meer waar ie aan toe is. Ons laatste houvast, de Engelsche berichten, blijken niet meer betrouwbaar te zijn. Er wordt nergens gewerkt, niemand heeft fut.

De gehele dag geen berichten bekend. Het trekken op de weg neemt af en er komt al meer orde en organisatie in. Er gaan zelfs al versche troepen Belgie in. De angst, dat er toch nog wel eens een front gevormd zou kunnen worden, groeit met de dag.
 



Vrijdag 8 September 1944

Nog steeds geen berichten over Nederland. Nederland wordt niet eens genoemd in de Engelsche uitzending. We vinden het onbegrijpelijk. Waar blijven die Engelsche nou toch? Om 9 uur te voet naar Bergen op Zoom gewandeld en gaan werken. Alles is weer aanwezig op kantoor. M’n fiets een veiligere plaats gegeven. Enkele keren luchtalarm. Er komt meer actie van Engelsche jagers. Een zandzuiger op de Schelde beschoten. Om 5 uur weer tevoet teruggegaan.
Vrijdagnacht komen er weer Duitsche troepen op het dorp. Ze kruipen in de beide scholen.
 



Zaterdag 9 September 1944

Er komen weer meer Duitschers bij in de scholen. Het blijken genie-troepen te zijn. ’s-Morgens een kuil gegraven in de tuin om fietsen te verbergen. Er trekken honderden bommenwerpers richting Antwerpen uit. In Bergen op Zoom aanhoudend luchtalarm. Nog steeds geen belangrijk nieuws van het front. Schijnbaar hebben de Engelschen hun bruggehoofd over het Albert-kanaal bij Turnhout, ten zuiden van Eindhoven, uitgebreid. Engelsche jagers kruisen hoe langer hoe meer West-Brabant over om treinen te beschieten en het verkeer op de wegen.
 



Zondag 10 September 1944

Schietende jagers maken me wakker. Ze zitten boven Roosendaal en omgeving. Een trein bij het station Wouw beschoten. Huizen vertoonen honderden kogelgaten. Locomotief kan nog op eigen kracht verder. Om half elf: een tiental jagers duiken op een trein bij de Zandlinie. De locomotief is doorzeefd met kogels.
Op de rondweg in Roosendaal werden 8 tanks in brand geschoten. Verder nog een schip in de haven aldaar beschoten, het schip is gezonken. ’s-Morgens zijn nog enkele honderden bommenwerpers België binnengevlogen.
Om kwart voor zeven meldt de Engelsche Berichtendienst, dat het bruggehoofd ten Noorden van Antwerpen is uitgebreid. Zouden ze onderhand het offensief gaan inzetten?

 

Foto: De Moerstraatseweg te Heerle, gezien naar de Lambertuskerk van Wouw. Collectie West-Brabants Achief.

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties
Reageer op dit verhaal
Captcha code
* = verplicht
Verstuur reactie