T T

Ik mag niet in het diepe zwemmen

Publicatiedatum 26-06-2017

In 1953 woonde ik in de Spoorstraat, tegenover de laaiberg, vlak bij het Burgemeesterspadje. Ik was 5 jaar en zat met mijn één jaar oudere broertje Jan op de kleuterschool bij Soeur Pancratia op de hoek van de Kloosterstraat / Binnensingel. Moeder hoefde ons niet te brengen. Af en toe een stadsbus, een paard met wagen en heel soms een luxe auto was het enige waarvoor je moest uitkijken. We hoefden trouwens maar één keer over te steken, alleen de Brugstraat, waar kruidenier Chris van de Linden aan de ene en kapper Toontje de Wildt aan de andere kant zat.
Meestal gingen we te voet naar school, maar soms, als het mooi weer was, met de step. Samen op één step, de een met zijn linker- en de ander met zijn rechterbeen steppend. En dan middags, als de school uit was zo hard als we konden door naar De Stok, met achterop één handdoek en twee zwembroekjes.

Langs Kloosterstraat, Vugtstraat, Stationsstraat, de schuiven (wachten tot de trein voorbij is!), de Kaai en Peereboomstraat (met die knotwilgen). Dan eerst nog bij een oud boerderijtje vlak naast het zwembad onze band ophalen, eentje met zo'n scherp ventiel, om helemaal buiten adem aan te komen bij de kassa. Ons abonnement hing, zodat wij het niet konden verliezen, in de kassa. Dus liepen wij altijd met opgeheven kopjes en een blik van 'wij hoeven niet te betalen' direct door naar de kleedhokjes aan de herenkant. Gauw uitkleden, zwembroek aan, je kleren op de hanger, met je schoenen onderop, de ijzeren bout in de muur indrukken, wachten tot een meneer of mevrouw langs het smalle garderobedeurtje je kleding meenam, en je een nummer noemde wat je direct weer vergat, en dan hard lopend het water in.
 

We konden alle twee al een beetje zwemmen, van ons vader geleerd. We moesten, dat hadden we beloofd, altijd proberen om iedere keer een stukje verder te zwemmen en dat lukte best goed. Zo goed dat ik soms wel in het diepe durfde. Van de houten steiger af duiken, in de richting van de gaasafzetting van het reservebad.
Dat ging altijd goed tot dat badmeester Bogers me betrapte. “Harry van Overveld, kom d’r eens uit. Heb jij je proef al afgelegd?”
“Nee badmeester”.
“Dan schrijf jij voor straf maar eens 100 keer: ik mag niet in het diepe zwemmen”.
En ik huilen, voor mij was de lol eraf en eerder dan we gewend waren stepten we naar huis. Het was niet zo erg dat ik strafregels kreeg, maar ik kon nog niet schrijven. Ja cijfers, 1 tot en met 10, maar meer ook niet.
's Avonds hoorde ik pappa tegen mamma iets zeggen als van: "...Toine Koopmanschap wel eens spreken... Komt wel goed."
Ik heb die honderd keer “Ik mag niet in het diepe zwemmen” nooit geschreven. Wel een week of twee daarna mijn zwemproef afgelegd.

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties
Reageer op dit verhaal
Captcha code
* = verplicht
Verstuur reactie