T T

Kerstmis in de jaren vijftig bij ons thuis

Publicatiedatum 26-06-2017

Met Kerstmis lag er altijd sneeuw, en weinig mensen hadden daar moeite mee. Voor dag en dauw moesten de stoepen sneeuwvrij gemaakt worden. Dat moest! Zout werd er niet gestrooid, wel zand of as van de kolenkachel. Het was een gemeenteverordening. De politie kwam lopend of op de fiets streng controleren. De kerststal werd van zolder gehaald en door een handige buurman nagekeken. Het strooien dak werd gefatsoeneerd en hier en daar werd een spijker geslagen om de stal toonbaar te maken en de boel bij elkaar te houden.


De figuranten werden, gewikkeld in papier, tevoorschijn gehaald en stofvrij gemaakt. Het kindeke Jezus werd plechtig in zijn kribbeke gelegd. Om de kribbe stonden Maria en Jozef. Maria haar kopke was al verscheidene keren gelijmd en Jozef miste een stuk van zijn hand, en dat was onvindbaar. Gesneuveld in de strijd tussen zussen en broers, wie ‘wat en waar’ weg mocht zetten.De drie koningen werden achter de stal gezet, uit het zicht. Zij mochten pas op zes januari te voorschijn komen, en optreden. Regelmatig werden schapen, os en ezel en andere figuren van plaats verwisseld. Vandaar dat ze allemaal wel iets mankeerden en ongewild gelijmd moesten worden. Het gaf allemaal niks, het deed er niet toe, de kerstwarmte was het voornaamste.


De kerstboom werd geleverd door een tuinman, en opgetuigd met zelfgemaakte hangers. De maan, sterren, appels en Kerstmannetjes werden gemaakt van karton, lijm en glitter. Van zilverpapier maakten we dennenappels en lampjes, en kaarsenhouders. Tja, de ‘nikkertjes’, waarvoor we op school zilverpapier spaarden, moesten het ontgelden in de kersttijd. Boven op de kerstboom stond trots een glimmende piek, verzilverd, en bijna het plafond rakend. Wie had de mooiste piek en kerstboom van de buurt? Zo ging dat. Wanneer het donker werd mochten de kaarsjes worden aangestoken, spannend. Zelfs dat was een gevecht tussen twee zussen en vier jongens. Daarom stond naast de kerstboom een emmer water en zand. Voor het geval dat de boom in brand zou vliegen. Op zich natuurlijk helemaal niet ondenkbaar, maar onze ouders hadden een “vooruitziende blik”.
 

In de kerstnacht gingen we naar de nachtmis om 24.00 uur in de Heilig Hartkerk. In de stampvolle kerk brandde geen kachel. Maar de warmte kwam van de kerkgangers zelf. Gelaten kwam het over ons heen, we stonden er niet bij stil. Koud was koud, punt uit!!
De Pastoor hield zijn preek, en overtuigde ons over de geboorte van het kindeke Jezus en zijn Familie. Hij preekte ook over vrede, en dat we elkaar lief moesten hebben. Veel wisten we al, maar de uitvoering van zijn woorden, daar ontbrak nog wel eens het een en ander aan. Ook drie van de vier kapelaans deden de drie H. Missen mee. Dat waren de missen met “Drie Heren”. Alleen met Hoogtijfeest en Kerkelijke feestdagen gebeurde deze plechtigheden.
Uit de kerk komend gooiden we sneeuwballen naar elkaar, de sneeuw plakte toen nog.
De voetstappen van de kerkgangers klonken goed hoorbaar in de witte sneeuw, en alom vrolijkheid. De kerkklok luidde, en we spoeden ons naar huis, waar allerlei lekkers ons op wachtte. Koffie, thee, warme chocolade melk en natuurlijk worstenbrood en kerstbrood.
Eerst wensten we elkaar “Zalig Kerstmis”. Althans de katholieken dan.
Protestante en Gereformeerden wensten elkaar “Gelukkig Kerstfeest”. Ook met Nieuwjaar wensten we elkaar “Zalig Nieuwjaar”.


Vrienden, familie, klanten en bekenden, iedereen was welkom in die tijd “bij ons thuis”.
De potkachel in de woonkamer brandde en stond rood gloeiend. En in de keuken stond de platte buis zijn best te doen, goed te zien aan zijn gloeiende buik in het donker. Op deze kachels werden kastanjes, beukennootjes en erwten, van de winter voorraad, op gepoft.
Heerlijk waren de sterappeltjes verwarmd op de kachel, en stroop brokken werden gemaakt van suiker, boter en havermout. Ja, we wisten wel wat lekker was! Na al die lekkernij kwamen de stokken speel kaarten op de tafels, in de woonkamer en keuken. In groepjes werd er gerikt, gezeild en gejokerd, met veel gepraat en geroezemoes. Het verliep niet altijd geruisloos, maar tegen het begin van de ochtend was er vrede. Vrede moest er natuurlijk zijn, want de woorden van onze pastoor hadden voor even indruk gemaakt.
 

Op eerste kerstdag gingen we “kribbeke kijken en kindeke wiegen” in de stad. Alle kerken werden bezocht in de namiddag met de hele familie. De H. Hartkerk, Sint Corneliskerk, De Paterskerk, Sint Josephkerk en Fatimakerk. Veel indruk maakten op ons de levensgrote beelden, sparren en dennenbomen. En zeker ontbrak niet een van de vier elementen, namelijk vuur. Kaarsjes opsteken voor dierbaren en heiligen die we in de toekomst misschien nodig hadden.

In onze kerk stond een knikengel, en wanneer ge daar een cent in het potje van zijn hand wierp, begon de engel dankbaar te knikken. Het maakte de engel niet uit, hij stond er toch maar. Meer dan een cent mocht ook natuurlijk, maar voor een dubbeltje hadden we tien keer plezier. Zo’n ding hadden we thuis ook graag gehad weet ik nog wel. Den knikengel stond hoog genoteerd op onze verlanglijst. Gelukkig hadden we heel verstandige ouders.

Respect en discipline, dat was de stelregel bij ons thuis, vooral omdat we een winkel hadden. En daar moest ge nou net tussendoor zien te glippen, behendig en slim, dachten we. Werd ge gepakt voor een vergrijp dan werd het “de kelder” in. Ook niet altijd erg, want de wintervoorraad appels en peren werden daar bewaard.

Het kerstfeest werd echt gevierd, het was rustig op straat, en huizen waren mooi versierd.
Gezelligheid en warmte gevend! Kerstmis, een fijn gevoel. Het was een mooie tijd.
Eind januari werden de kerststal en kerstboom weer opgeruimd, en naar de zolder gebracht.
De mensen begonnen aan carnaval en schaatsen te denken.
En dat waren ook weer mooie, bijzondere dagen.

Zalig Kerstmis en Zalig Nieuwjaar!

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties
Reageer op dit verhaal
Captcha code
* = verplicht
Verstuur reactie