T T

De vierde Vliettocht (1987)

Publicatiedatum 26-06-2017

Al vrij snel na de tocht van 1985 kwam er al een nieuwe aan. Eigenlijk was dit, gezien het gemiddelde, boven de verwachting. Maar het zat er in dat de tocht ongeveer half januari zou plaatsvinden. Het werd uiteindelijk 17 januari. Er was een gezonde ijsvloer. Het ijs was sterk genoeg en van betere kwaliteit dan de laatste aflevering. Persoonlijk waren er bij mij ook wat veranderingen opgetreden. Er waren nu andere schaatsen gekomen; van een kennis had ik een paar Noren gekregen. Het was wel geen beste kwaliteit, maar van de goedkope series. De schoenen waren niet van echt leder, maar een gegeven paard kijk je niet in de bek. Van te voren had ik op het Rozenven geoefend en het was machtig om met grote slagen over het ijs te gaan. Zo kwam er deze winter al weer een Vliettocht. Mogelijk dat ik de kans zag om ook nu weer mee te mogen doen, je weet immers nooit of je gezond mag blijven. En dat je juist die dag niet ziek mag zijn.

Er waren voor de inschrijving twee mogelijkheden open gehouden, inschrijven op het politiebureau in de Nieuwstraat of op de dag van de wedstrijd bij de haven in de zaak van dhr. Goorden. Toen ik met mijn sporttas bij de Westhavendijk aankwam, was het al behoorlijk druk en verwachtte men het aantal van de vorige tocht te evenaren of te overtreffen. Dat de schaatssport dankzij de inspanning van de politie ook tot de gemeente was doorgedrongen, was het feit dat de wethouder van de sportzaken dhr. De Bruijn al zeer vroeg aanwezig was. Hij was zelfs in een zeer goede stemming, zodat hij de aanwezige organisatoren een neut aanbood en dronk op de goede afloop. Met mijn stempelkaart goed opgeborgen en nadat ik mijn schaatsen goed vast had aangedaan, ging ik op stap met een stralend zonnetje en een zacht windje van opzij.
Heerlijk glijdend op mijn noren gleed ik voort over een ijsvloer die van te voren nog niet door velen was bereden. Het lukte mij zelf nog om bij enkele rijders aan te sluiten. Zo lekker in cadans kwamen wij bij het eerste punt op de vijf kilometer aan. Snel stempelen al zat de duivel je op de hielen en dan weer door. Het voelde bij mij aan alsof je een wedstrijd aan het rijden was, helemaal niet zoals de vorige tocht waar het uitrijden bepalend was. Lag het nu toch aan mijn schaatsen of was mijn instelling veranderd. Tot aan het Bovensas schaatste ik als een mini-Elfstedentochtrijder in de groep mee en had nu weinig oog voor de natuur, want je moest opletten niet op je voorrijder reed.

Na de tweede stempel door naar de volgende. Ik was vrij vroeg gestart zodat ik niet veel hindernissen tegenkwam. Alleen het stuk voorbij de brug die was gelegen over de weg tussen Steenbergen en Dinteloord tot aan de ingang naar de haven van de Heen, daar was het uitkijken voor zand op het ijs. Doordat er veel akkers omgeploegd waren, stoof het zand zelfs bij het zachtste windje al op. Je tempo werd lager en soms moest je zigzaggen om overeind te blijven. Bij het keerpunt kwamen wij tot de ontdekking dat wij een van de eersten waren die onze stempel kwamen halen. Het groepje waarmee ik had samen gereden stempelden af en zij gingen gelijk weer terug. Ik besloot even rustig aan te doen anders zou ik onwillekeurig straks in de problemen gaan komen.

De wind had ik recht van voren en door mijn tempo aan mijn vermogen aan te passen kwam ik toch nog goed vooruit en verlangde ik na verloop van tijd toch weer naar een gesprek. Het was zo vroeg op de dag nog wel stil. Dat is het nadeel van vroeg bij de eersten te willen starten, maar het had ook zo zijn voordelen. Het ijs was vrijwel onbereden, ook waren er minder kansen op valpartijen en je was vroeg terug. Net voor het Bovensas haalde ik wat deelnemers in die vanuit Steenbergen vertrokken waren en zo naar Roosendaal gingen en dan weer terug. Je zou zo kunnen zeggen het waren zwartrijders. Ze hadden geen stempelkaart en vonden het prettig om zo mee te doen. Bij het naderen van het keerpunt van de tien kilometer bij het Gastels Veer werd de massa mensen groter. Je zag er mensen die al schaatsend een klein sleetje voorttrokken met daarop één van hun kinderen. Ook reden er veel kinderen voortgetrokken of geduwd door de ouders. Waarschijnlijk was de afstand voor hun kleine beentjes te groot. Het gebeurt maar zelden dat je veel op het ijs mag oefenen en veel kinderen blijven zo verstoken van schaatsen. De EHBO- groep had maar weinig te doen: een paar verstuikte polsen en het verzorgen van de schaafwonden, die je zo te pakken had. Zelfs bij de kleinste valpartij.

Bij de viaduct van de A58 kwam ik hele groepen tegen die nog allemaal de korte afstand gingen rijden. Bij het afmelden bij de loods zag ik dat er nog maar weinig binnen waren. Het aantal deelnemers zou het getal van de vorige tocht ruimschoots overtreffen en toen waren het al drieënhalfduizend en nu zouden er wel eens duizend bij kunnen komen.
Mijn schaatsen hadden wel wat pijn gedaan aan de hielen, maar goed, je was er en tevreden ging ik weer huiswaarts met de gedachte dat de politie die dag weer vele vrienden had gemaakt. Misschien dat er komende jaren weer eens een mogelijkheid kwam om over een vaarweg te kunnen schaatsen.

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties
Reageer op dit verhaal
Captcha code
* = verplicht
Verstuur reactie