T T

Bericht van een Hoogheid

Publicatiedatum 26-06-2017

De meeste Roosendalers kennen mij als Prins Ruud den Eerste, want vijf jaar - van 1994 tot 1999 – was ik hier prins carnaval. Dat is voor mij de mooiste herinnering die je kunt hebben aan Roosendaal. Als prins duik je namelijk toch een beetje in een ander verhaal van Roosendaal dan je doorgaans gewend bent.

Als ‘hoogheid’ leer je veel mensen op een andere manier kennen. Dat stopt na carnaval, maar als je prins bent geweest, ben je ineens een BR’er oftewel een bekende Roosendaler, terwijl je daarvoor relatief in de anonimiteit leefde. Die bekendheid biedt echter weer andere mogelijkheden…

1999 was ook het mooiste jaar om te stoppen, want 99 is natuurlijk 9 keer 11 (een jubileum in carnavalssferen) en het was bovendien de laatste carnaval van het vorige millennium. In totaal ben ik vijf keer prins geweest. Ik zal altijd één van de prinsen van Roosendaal blijven. Die komen ook één keer per jaar bij elkaar en sinds een paar jaar is dat op 10 november, een dag voor de elfde van de elfde.

Verder wil ik kwijt dat Roosendaal goed bezig is. Tijdens het Roosendaals Treffen hebben we weer geboft met het goede weer. Overal was het feest en gezelligheid. De dag ervoor bezocht ik hier Blommenblues, dat zich in diverse cafés en op het Tongerloplein afspeelde...

Met het Tongerloplein heb ik overigens iets. In café De Moriaan ben ik namelijk ooit begonnen in het team van Han Mulder die hier toen een restaurant runde. Hij kocht de oude vismarkt op en maakte daar een café van. Daar heb ik een jaar achter de bar gewerkt.
Daarvoor had ik twintig jaar in het onderwijs gezeten, maar ik wilde de horeca een jaartje proberen. Dat was zeker leutig. Na dat jaar ben ik echter weer terug het onderwijs in gegaan. Ik maakte toen een moeilijke periode door, doordat mijn vrouw net was overleden…

Om nog even terug te komen op het leutfeest. Het leutigste van het prins carnaval zijn, is het langsgaan en plezier brengen aan mensen die zelf geen carnaval kunnen vieren, zoals zieken, gehandicapten en bejaarden die slecht ter been zijn. Dat vind ik eigenlijk wel het grootste feest. Dat je van hot naar her gaat en dat je overal waar je komt, plezier meebrengt.

Opgetekend door Jenneke Kunst


Foto: Sjampetter Piet Baselier, eigenaar van broodjeszaak "De Smalle Pijp" Michael Kamphuis (sponsor Sjampetterpak), nar Alex Rous, Prins Ruud I van Osta, voor De Smalle Pijp, A.J.M. Mol, collectie West-Brabants Archief.

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties
Reageer op dit verhaal
Captcha code
De grap die niet aankwam

De grap die niet aankwam

Dit verhaal van Karel Schrooyen is bijzonder, omdat het een tijdsbeeld schetst van de hergeboorte van het carnavalsfeest na de oorlog in Wouw en Roosendaal.
 

> Lees meer

Carnaval

Ze waren ‘t er over eens da ze ne waoge zouen bouwen met als thema: Edde nog kole. En zo waren ze aon de slag gegaon. Van ne grote boer mochte ze ne grote waoge lene en ok nog ne ouwe trekker.

> Lees meer

De ellufde van de ellufde

Zunne kop wier steeds rooier, stong op sprienge, z’n ogen puilden bijna uit z’n kop, hij schreeuwde ‘t uit, ik zou ‘t nie wete, ik zou ‘t nie wete, nou sakkerju da gelazer vannacht mee die kole bij mijn uis. Waor edde gij vanacht allemaol uitgehange, da zou ik wel ‘s wille wete meneerke

> Lees meer