T T

Mijn reis naar Middelburg

Publicatiedatum 08-06-2017

Al een paar keer heb ik ervaren dat ik nooit zo word overspoeld door herinneringen, en nooit zo word geconfronteerd met het feit dat alles van vroeger definitief voorbij is, als wanneer ik met de trein naar Annemarie in Middelburg ga en dan Roosendaal passeer. Vanaf Etten-Leur begint dat ‘vroeger’ al te herleven en komt er weemoed over me. Ik denk aan de ontelbaar vele keren dat ik in mijn jeugd dit traject heb afgelegd: als ik van kostschool kwam, en daarna toen ik zang- en vioollessen nam in Breda. In die tijd stopte de trein vijf keer tussen Roosendaal en Breda: in Seppe, Hoeven, Etten-Leur, Liesbosch en Prinsenhagen, en in Breda bracht een paardentram me naar de plaats van bestemming. Dicht bij Roosendaal zie ik door mijn rechtercoupéraam de kerktoren van het dorpje Zegge, een heel klein dorpje waar we in onze jeugd naar toe liepen om er een kapelletje te bezoeken dat bijzonder aan Maria was toegewijd.

Voor ons vroeger geen reizen naar Spanje, Italië of welk land dan ook, dat was totaal ondenkbaar, maar wel wandelingen naar Zegge en de Kapelberg, en fietstochten naar Liesbos, Mastbos, Bergen op Zoom en vooral de prachtige Wouwse Plantage, en wat was dat, om het in de huidige term te zeggen toch ‘hardstikke fijn’!

Als de trein het station van Roosendaal verlaat, loop ik naar het raampje aan de linkerkant en een korte tijd voel ik mijn hart samenknijpen van ellende, want die hele stationsweg is een weg van herinneringen. Eerst zie ik het huis van vroegere, reeds gestorven vrienden, en dan komt de Ludwigstraat: op die hoek is Annie door een bom gedood en daarachter zie ik haar huis en het onze, dat mijn vader liet bouwen toen we trouwden. Ons huis waar we onze wittebroodsjaren beleefden, waar we het verdriet om een doodgeboren baby leerden kennen, maar ook de vreugde om twee gezonde kinderen.

Het huis van een reeds lang overleden oom en tante ligt vlak bij het Oranjeplein, waar nog onveranderd het grote herenhuis staat waar Jan in pension was. Voor f100,– per maand had hij er beneden een pracht zitkamer en boven dito slaapkamer. Ook waren alle prima maaltijden en het doen van zijn was bij de prijs inbegrepen. Tegenover dat huis zie ik in een flits het vervallen gebouw van ‘de Unie’, een zaal waar toneelvoorstellingen, concerten, en onze eigen operettes gegeven werden en waar de ‘bals’ waren, waar we ons erg verliefd, maar zonder maatgevoel tussen de dansparen bewogen. Enkele honderden meters verder passeer ik ‘De schuiven’, de trein rijdt dan al harder en mijn ogen vliegen van Ea’s huis met de grote letters ‘Tierolff Muziekcentrale’ naar het bovenstuk dat ik van mijn ouderlijk huis kan zien.

Dan weer gauw aan het andere raampje kijken naar de flat waarin Tet de laatste jaren woonde. Nu heb ik alles gezien, ik ga weer zitten en zou kunnen huilen, huilen om alles van vroeger wat nooit meer terug kan komen, maar vooral huilen om allen die er niet meer zijn, en dat zijn er zo veel, zo veel! Heel alleen ben ik nog van ons hele gezin over en dat is hard, heel hard. Een reis naar Middelburg drukt me meer dan iets anders met mijn neus op dit feit.

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties
Reageer op dit verhaal
Captcha code
* = verplicht
Verstuur reactie