T T

Piet Boutier alias Peer Kas, zwerver en schéire slieper

Publicatiedatum 22-06-2017

Zijn eigenlijke naam was Piet Boutier. Volgens de geboorteakteakte Petrus Eduardus Boutier-Volders. Uit de gevonden geboorteakte is gebleken dat hij in 1897 is geboren in de gemeente Retie, Provincie Antwerpen. Ik heb nooit anders gehoord en geweten dat Peer Kas zijn naam was!


Ik meen ook wel eens gehoord te hebben dat hij “Goort van den Heimulder” werd genoemd. Maar waar dat vandaan kwam weet ik niet. Zijn moeder en vader heeft hij nooit gekend. Peer wist ook niet hoe oud hij was. Het interesseerde hem eigenlijk allemaal niks. Peer had ook geen identiteitspapieren. Hij leefde gewoon simpel en zwervend van dag tot dag! Wanneer iemand hem vroeg naar zijn afkomst, mompelde Peer “Gaot niemes wa aon”!
Peer reed met zijn karretje (een soort kruiwagen) te voet de boeren, burgers en buitenlui af om messen, scharen en ander gereedschap te slijpen. Een fietsenwiel aangedreven door een lederen riem deed de slijpsteen draaien. En zo scharrelde Peer Kas zijn kostje bij elkaar. Vrijheid was voor de zwerver een groot goed. De betaling ging meestal met etenswaren en drinken. Meer had Peer niet nodig. Hij ‘verkocht’ daarbij nog wel eens een konijn of haas. “Vers gestrikt” mompelde Peer haast onverstaanbaar en stotterend. Nee, Peer kwam niks tekort, zolang ge hem maar met rust liet. De zwerver kon niet lezen of schrijven, en met de wet of gezag had hij geen enkele band.


Ik kwam hem tegen op de Nieuwenberg (Zegge) met zijn “schéiresliepwagen”, maar ook in Nispen en omgeving. Was er niks te slijpen dan was Peer overgelukkig met eten en drinken en een slaapplaats. Over de grenspost Nispen-Essen (België) kon Peer niet komen. Omdat hij zich niet kon legitimeren, durfde hij dat niet aan. Zijn kruiwagen, zijn ‘handel’ was alles wat hij bezat. Bij ons thuis mocht hij ook messen slijpen voor de slagerij. Niet allemaal, want de kwaliteit van zijn ‘specialisme’ liet nogal eens te wensen over. Hij kwam dan langs de achterdeur naar binnen. Dan ging hij in de keuken aan tafel zitten en gluurde naar de platte buiskachel waar de koffiepot op stond. “Ok un bakske, Peer?” zei ons moeder. Want ons moeder ging over de keuken, en ons vader over de winkel.
“Geire vrouw Sep” zei Peer “en doet er mar ne botteram of twee bij aon passaant!” Boterhammen goed belegd met spekvet en toespijs.
Nadat ons moeder Peer voorzien had van eten en drinken, vroeg ze hoe het met hem ging. “Goed vrouw Sep. Ge et un goei bakske koffie gezet” en “ik hem waark zat. Wa mot ne méins nog méér emme”. Hij at, schrokkend zonder schaamte, zijn boterhammen op. En dronk uit een ‘speciale’ beker. Ja, ons moeder hield met ‘zo’n volk’ terdege rekening. Ze nam hem mee naar de werkplaats. Daar mocht hij zitten, want ze was toch een beetje vies van hem. Moeder vulde dan zijn potje met koffie en weg was Peer. Hij kreeg van ons vader wat worst en vleeswaren mee. En een pak reuzel (gesmolten varkensvet) om “z’nne botteramme te sméire”.

Ja, Peer wist precies waar hij moest zijn! En dan ging hij weer op pad, voor een tijdje. Het was geen kwade mens, maar hij kwam toch zonderling en vreemd over, wanneer ge hem niet kende. Zonder dankjewel, want voor Peer was alles gewoon, zo simpel. Bij goed weer sliep hij in een hooiberg. En in de winter of bij slecht weer kon hij bij boeren in de stal slapen. Dat deerde Peer niet in minst, de man had verder geen zorgen.

Wanneer hij iets mankeerde of bij bar koud weer, werd hij opgevangen in het ziekenhuis “Charitas” in de Kalsdonksestraat te Roosendaal. Peer was daar zo weer opgeknapt, hij werd door de nonnen gewassen en van goed eten en drinken voorzien en van rust. Doch dit alles echter maar voor even. Want Peer kon absoluut niet tegen ‘opgesloten zitten’ ondanks alle goede bedoelingen van de hulpverleners. Hij kon het daar binnen niet houden, de natuurmens!
Op een felle, koude winterdag werd hij onderkoeld gevonden op de Nieuwenberg (Zegge). En in het ziekenhuis “Charitas” in de Kalsdonksestraat probeerde men Peer de laatste zorgen te geven en op te knappen. Maar het mocht niet baten en in het jaar 1964 is Peer Kas overleden.
Op 67 jarige leeftijd heeft Peer Kas zijn vrijheid opgegeven. Gelukkig voor de man, die in de jaren erna niet meer begrepen zou worden. En voor een leven waar hij ook niet voor gekozen heeft natuurlijk. Geluk heeft hij gehad, onbezorgd leefde hij. Ik heb nooit gemerkt dat hij klaagde of ongelukkig was. Peer Kas was de ‘laatste echte zwerver’ in Roosendaal en omstreken.


Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties
Reageer op dit verhaal
Captcha code
* = verplicht
Verstuur reactie