T T

My Fair Lady in Roosendaol

Publicatiedatum 22-06-2017

Roosendaal, april 2014

Het Roosendaals Toneel speelde vrijdag 11 april en zaterdag 12 april 2014 om 20.15 uur het blijspel My Fair Lady. En zondag 13 april 2014 om 15.00 uur in de kleine zaal van schouwburg De Kring in Roosendaal. Voor de K.B.O. speelde men speciaal op dinsdag 8 april om 20.15 uur. Er bleek veel belangstelling te zijn voor het toneelstuk, want alle voorstellingen waren uitverkocht. Het Roosendaals Toneel speelde een jubileumtoneelstuk My fair Lady. De musical en film ‘My Fair Lady’ welke bekendheid kreeg in 1912 in Londen.

In de film gaat het om het Londense accent wat Eliza Doolittle spreekt. Ze is een straatarm meisje uit Londen dat bloemen verkoopt. Op een regenachtige avond probeert ze haar laatste bloemen te verkopen. Een taalgeleerde merkt haar plat Londens taalgebruik op en dat interesseert hem bijzonder. Hij gaat met een vriend een weddenschap aan dat hij haar gaat veranderen in een ‘Dame’. Echter standsverschil, hygiëne en fatsoen zijn moeilijk aan of af te leren. Tot grote ergernis van de taalgeleerde die het soms niet voor mogelijk houd. Komisch en ontroerend zijn de pogingen van de taalgeleerde en het onbevangen meisje om alles goed te laten verlopen. Rang en standsverschillen zijn duidelijk thema΄s die laten horen en zien waarom taalgebruik dialect niet en algemeen beschaafd taalgebruik een mens wel vooruit kunnen helpen.

Het stuk wat het Roosendaals Toneel bracht, speelt zich af in het ‘Roosendaolse’ leven in het jaar 1918. Het Roosendaals dialect speelt een belangrijke rol in het toneelstuk. In het ‘Roosendaols’ dialect wordt Eliza, het arme meisje uit Londen, Lieske genoemd. Ze komt uit de Kwakkelkooi en spreekt plat Roosendaols. De Kwakkelkooi was in het begin van de vorige eeuw een straatarm buurtje in Roosendaal. Ook de straatnamen werden verplaatst naar het Roosendaolse. Zoals De Schijthoek, Achterstraat en de Staoltjes, Nipse, de Sient Jaantskerk en de Meulestraot, Blommemart en d ’Ouwe Mart. De taalgeleerde woont in de Achterstraat (Raadhuisstraat). Zijn vriend logeert in een hotel aan de Varkensmarkt (Kade). En met hem gaat de taalgeleerde een weddenschap aan. De taalgeleerde gaat van Lieske een dame proberen te maken. Maar ook hier blijkt dat niet zo gemakkelijk te gaan. Een blijspel met humor, ernst en vooral nostalgie. Nostalgie en benieuwd naar de smeuïge dialectische uitspraken, maakte dat alle voorstellingen in de schouwburg uitverkocht waren. Ook niet-Roosendalers konden de voorstelling goed volgen.

Er waren twee hoofdrolspelers die Roosendaals dialect spraken. Normaal doen zeven spelers mee aan een uitvoering. Maar vanwege de jubileumuitvoering hadden veertien spelers een rol. De regie was in handen van Marianne Stofmeel. Momenteel telt de vereniging 21 leden.

In september 1918 is het Roosendaals Toneel opgericht onder de naam ‘Roomsch toneel’, als onderdeel van een vakvereniging, toen de gildenbond geheten. Vanaf 1920 het eerste optreden, met enkele jaren daarna onderbreking, tot het jaar 1945. En vanaf het jaar 1945 tot heden (2014) speelde men onafgebroken toneel. Vanaf het jaar 1948 mogen gastrollen ook gespeeld worden door vrouwen. En in het jaar 1950 mogen vrouwen dan zelfs lid worden, mits ze gehuwd zijn! Dit alles met goedkeuring van de Rooms Katholieke kerkvaders die veel inbreng hadden in het culturele leven. De bisschop van ‘s-Hertogenbosch was in die jaren Mgr. Arnold Frans Diepen.
Tevoren mocht er niet gemengd toneel gespeeld worden. In 1954 wordt Diny van Buyten het eerste vrouwelijke bestuurslid en nu erelid van de vereniging. In het jaar 1963 drong het Rooms Toneel door tot de finale van het Nationaal Landjuweel. Een toneelcompetitie voor amateurtoneelverenigingen. In dat jaar mochten ze in Haarlem het toneelstuk ‘Van de Brug Afgezien’ opvoeren. En in 1970 wordt de naam Roomsch Toneel gewijzigd en werd Roosendaals Toneel genoemd. De Roosendaler Piet Thielen was 35 jaar lang voorzitter en regisseur. Onder zijn zeer bekwame en goede leiding werden er veel mooie toneelstukken gespeeld. Pas in 1980 wordt de band met de vakbond opgeheven. Het Roosendaals Toneel krijgt dan een eigen rechtspersoonlijkheid en meldt zich bij de Kamer van Koophandel.

Naar aanleiding van het 85-jarig jubileum, in 2003, nam de vereniging het initiatief tot T.O.L.
(Theater Op Locatie). De drie toneelverenigingen: Roosendaals Toneel, Onderling Kunstgenot en de Roosendaalse Comedie werken dan samen op drie bijzondere locaties. Drie toneelschrijvers schrijven een eenakter. Spelers uit de drie verschillende verenigingen spelen o.l.v. een regisseur de eenakters. Het publiek wordt verrast door de omgeving en de speciaal hiervoor geschreven eenakter. Het blijkt een succesvolle formule, want om de twee jaar organiseert een Roosendaalse toneelvereniging dit gebeuren.

Het Roosendaals Toneel. Nog zo’n vier jaar te gaan.
De vereniging viert dan met trots het 100-jarig bestaan.
Hopelijk mogen we nog jaren genieten van hun toneelspel.
En dat dan driemaal luid moge klinken de bekende yel,
“Het Roosendaals Toneel, zal nooit verloren gaan’’.


Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties
Reageer op dit verhaal
Captcha code
* = verplicht
Verstuur reactie