T T

De zieke beuk in Visdonk

Publicatiedatum 21-06-2017

Eindelijk gaan ze iets aan me doen,
ik sta erbij, groot en dik, vol onfatsoen.
Verdord - zonder blad - bruin en verrot.
Totaal verloren, helemaal kapot.
Pagus sylvatica, zo noemt men mij.
Sedert anno 1790 sta ik met anderen in de rij.

Vergaderd heeft men over mij al genoeg,
Rustig wacht ik alles af, in de ziekenboeg.
De een probeert dit, de ander weer dat,
Het ene middel na het andere, van alles wat.
Een ding weet ik zeker, dat ik plaatsmaak,
weldra voor een nieuwe jonge snaak.
Ach wat doe ik ook nog verder op deze aard,
Ik ben ziek en immers niet veel meer waard.

Maar zo ziek als ik ben, wacht ik gestaag
op de mannen met de kettingzaag.
Om me heen staan er andere ook slecht bij,
Maar eens aan de beurt komen ook zij.
Daarna doe ik ook nog mijn best.
Men maakt planken of haardhout van mijn rest.
Vroeger was mijn vrucht een lekkernij,
In de winter rond de kachel gezeten pofte men mij.

Weinig mensen weten van mijn diversiteit.
Vanaf mijn vijftigste produceerde ik beukennootjes.
Wanneer het regent gaf mijn blad een schuilplaats.
Ook zorgde ik voor schaduw in de brandende zon.
Ik verzuurde de grond om groei van andere planten te remmen.
Op arme zandgronden leefde ik ruim 200 jaar.
Nu is de tijd van gaan jammer genoeg gekomen.

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties
Reageer op dit verhaal
Captcha code
* = verplicht
Verstuur reactie