T T

Het verhaal van Roosendaal

Het verhaal van Roosendaal gaat terug tot de twaalfde eeuw. In het Tongerlohuys maakt u kennis met de rijke geschiedenis van onze streek. In de vaste opstelling van het museum wordt een aantal van deze bijzondere historische onderwerpen extra belicht.

Norbertijnen

Norbertijnen De abdij van Tongerlo heeft in de dertiende eeuw al een aantal parochies in bezit, waaronder de parochie Nispen. Deze omvat het gebied van het huidige Roosendaal en Zegge, maar ook de dorpen Essen, Kalmthout, Nieuwmoer, Achterbroek en Wildert. Een dunbevolt gebied, vol moerassen en heidevelden. Om aan hun kerkelijke verplichtingen te voldoen, moeten de inwoners van de gehuchten Hulsdonk, Langdonk en Kalsdonk in de dertiende eeuw iedere zondag door weer en wind naar Nispen lopen. Ze vragen een priester dichter bij huis en in november 1268 krijgen ze toestemming van de heer van Breda om een kapel te bouwen op de plaats waar nu de Sint-Janskerk staat. In de akte waarin deze toestemming staat, duikt voor de eerste keer de naam Rosendale op. De nieuw gestichte kerk wordt gewijd aan Onze Lieve Vrouw, ook de patroonheilige van de abdijkerk van Tongerlo en de parochiekerk in Nispen. Evenals in Nispen benoemen de Norbertijnen uit de abdij van Tongerlo pastoors uit hun kloostergemeenschap om de kapel te besturen. Dankzij hun kenmerkende witte toog staan de Norbertijnen in Roosendaal bekend als de witte kapelaans.

 

Knooppunt Roosendaal

Burgemeester SchoonheijtTot in de twintigste eeuw is Roosendaal een agrarische samenleving. Granen als boekweit en rogge worden in de regio geproduceerd, die vervolgens met de honing van de heidevelden en het hout van de wallen rond de akkers en uit de bossen worden geëxporteerd. Vanaf de veertiende eeuw wordt turf één van de belangrijkste motoren achter de Roosendaalse economie. Tot en met de zeventiende eeuw zou deze turfnijverheid belangrijk blijven.

Rond 1850 wensen maritieme kringen in de havenstad Antwerpen een tweede spoorwegverbinding met Duitsland. Zij krijgen echter van de Belgische regering geen toestemming uit vrees voor concurrentie voor haar Staatslijn (Antwerpen - Mechelen - Leuven - Luik - Aken). De oplossing ligt in een uitweg over Roosendaal naar Moerdijk met een zijtak naar Breda, hetgeen in 1854 wordt gerealiseerd, maar verlengingen blijven uit. In de jaren 1863-1872 volgt de Zeeuwse lijn. Pas in 1877 is het Nederlandse spoorwegnet zodanig voltooid dat er via Roosendaal doorgaande verbindingen ontstaan, enerzijds tussen Amsterdam en Parijs en anderzijds tussen Engeland en Duitsland met overstapmogelijkheden in Roosendaal. De plaats krijgt bekendheid als grensstation. Na uitbreidingen in 1867 en 1887 voldoet het station al gauw niet meer aan de wensen van de internationale treindienst. Ondanks veel tegenwerking van het gemeentebestuur krijgt Roosendaal op 3 november 1907 een nieuw en groot station midden in de weilanden. In 1950 komt de elektrificatie van het spoorwegnet in West-Brabant op gang. Tot in de jaren zestig mag Roosendaal zich de status van 's Lands Voorportaal aanmeten. Als gevolg van het opengooien van de grenzen door de lidstaten van de EEG en de snelle opkomst van het verkeer over de weg en in de lucht komt hier echter een einde aan.

 

Industrie

Piano In de tweede helft van de negentiende eeuw vestigen zich in Roosendaal de eerste industrieën en verandert de samenleving meer en meer in een industriële samenleving. Suikerfabrieken en een rijststijfselfabriek zorgen voor werkgelegenheid. Van 1889 tot 1926 is de rijststijfselfabriek van F. Heumen & Cie op Kalsdonk de grootste werkgever. Ook vestigen zich sigarenfabrieken als KaVeeWee (Karel van Wely), koffie- en tabaksfabriek De Biggelaar, rubberfabriek Indiana en borstelfabriek VERO (Vermunt Roosendaal) in de stad. Wie kent ze niet, de houten afwasborstels van Vermunt? In de crisisjaren dertig van de vorige eeuw kwam de vestiging van enkele breigoedfabrieken als Barolo en Lagero goed van pas. Roosendaal wordt vooral bekend door de merken Liga en Red Band. De komst van een Philipsfabriek in 1948 betekent opnieuw een impuls voor de werkgelegenheid. 

 


Verenigingen

VerenigingenRoosendaal is een stad vol verenigingen. Vanaf de eerste eigen schuttersgilden in de middeleeuwen tot aan de huidige koren, hobbyclubs, sportverenigingen en dansgezelschappen. Volksfeesten als carnaval en wielerronde brengen duizenden mensen op de been en de hele stad loopt uit voor de kermis.