Het Tongerlohuys werd in 1762 gebouwd, maar al in 1511 is er sprake van een hofstede in de Molenstraat. Dankzij pastoor Callebout weten we precies hoe de oude pastorie er in 1696 uit moet hebben gezien. In de nieuwe publicatie ‘Monumenten van zielzorg’ gaat gemeentearchivaris Joss Hopstaken in op de geschiedenis van het Tongerlohuys. Daarnaast komen tal van norbertijnse pastorieën in de regio en het leven van de norbertijnen zelf aan de orde.
In 1268 werd een kapel ‘in dicto Rosendale’ opgericht. Dit was de eerste keer dat de naam Roosendaal werd gebruikt voor een gebied dat voorheen als Haviksdonk bekend stond. De kapel, die stond op de plek waar nu de Sint-Janskerk staat, groeide in de eeuwen daarna uit tot een mooi gebouw. Hoe dat kerkgebouw eruit zag weet niemand, want er zijn geen afbeeldingen van bekend, maar waarschijnlijk was het een mooie, grote kerk in gotische stijl. De toren dateert nog uit die tijd. Een Spaanse soldaat uit 1578 looft de kerk in zijn verslag en in de zestiende eeuw is er sprake van wel achttien altaren.
Hofstede
Viel de Roosendaalse kapel eerst nog onder een norbertijn uit Tongerlo die in Nispen woonde, later verhuisde meneer pastoor naar Roosendaal. In 1511 is er sprake van een hofstede in de Molenstraat, die overigens nog dezelfde eeuw in de as wordt gelegd. In 1608 wordt de pastorie herbouwd. Dankzij een tekening door pastoor Callebout uit 1696 is duidelijk hoe de pastorie in de Molenstraat er vanuit de huidige Kerkstraat uit moet hebben gezien: een huis met twee haaks op elkaar staande vleugels met een kleine aanbouw tegen de hoogste vleugel. In de nu nog aanwezige kelders is deze vorm nog goed te herkennen. Op de tekening loopt aan de voorzijde van het gebouw water en ligt rechts een brug die naar de poort leidt. In 1762 vindt een grote verbouwing plaats en krijgt het gebouw zijn huidige vorm.
IJkpunten
In de nieuwe publicatie ‘Monumenten van Zielzorg, Norbertijnen en hun pastorieën in Brabant van 1600 tot 1850’ staat men stil bij de talrijke pastorieën die in de zeventiende en achttiende eeuw door de norbertijnen werden gebouwd. Vroeger bedienden norbertijnenpastoors tal van parochies. Nu zijn de pastorieën stuk voor stuk onmiskenbare ijkpunten in het landschap en de dorpskernen. Hoe ziet en zag zo'n typische norbertijnse pastorie eruit? Hoe bracht een pastoor zijn tijd door? Hoe was hij opgeleid? Deze publicatie biedt een boeiende kijk op het leven van norbertijnse pastoors in Brabant. Van de plunderingen en vervolgingen door de geuzen, de gouden tijd onder Albrecht en Isabella en eindigend bij de Franse Revolutie, die de rijkdommen aan de norbertijnen onttrok en de pastoors deed onderduiken.
Twee casussen - de pastorieën van Tongerlo in Roosendaal, Essen en Kalmthout en het netwerk van pastorieën van de abdij van Park in Heverlee - tonen het leven van de pastoors en hun parochiedomein en schetsen een bouw- en kunsthistorisch beeld van de pastorieën. In de bijgeleverde fietstocht doet u de voornaamste pastorieën van de abdij van Park aan.
Museumwinkel
Het boek is in de museumwinkel verkrijgbaar voor 25 euro (tot 1 januari 2011) en daarna voor 29,95 euro. Filmmaker Rien van der List maakte aan de hand van de audiotour een prachtige film over de tentoonstelling. Deze film is voor 12,50 euro te koop. Wie ook het boek aanschaft, betaalt slechts 10 euro.