Leerlingen van de basisschool kunnen kiezen uit de volgende projecten:
Jet en Jan zijn twee kinderen die in 1910 leefden en centraal staan in dit lespakket.
Aan de hand van deze twee leeftijdgenootjes maken de leerlingen kennis met thema’s als kleding, wonen, school, de buurt, eten, spelen en werken in 1910.
Het lesproject Jet en Jan bestaat uit tien lessen. Rode draad is een voorleesverhaal. Het voorleesverhaal is steeds aangepast aan de geschiedenis van de woonplaats van de kinderen. Dit betekent dat er in het lespakket dus een Roosendaalse, Wouwse, Nispense etc. versie van het voorleesverhaal is opgenomen.
Negen lessen worden op school door de leerkracht zelf uitgevoerd. De vijfde les vindt in het museum plaats. Hier doen de leerlingen verschillende activiteiten, die in het voorleesverhaal van Jet en Jan aan bod gekomen. Welke activiteiten dat zijn, dat moet natuurlijk een verrassing voor de leerlingen blijven, al geeft de bovenstaande foto alvast een indruk.
Het project Jet en Jan is lesstofvervangend en laat kinderen de geschiedenis zelf beleven.
Doelgroep: groep 5, 6, 7 en 8
In iedere geschiedenismethode wordt het thema ‘De Romeinen in Nederland’ behandeld. Maar waarom het geschiedenisboek gebruiken als de leerlingen échte Romeinse voorwerpen in handen kunnen krijgen? Voorwerpen die door de Romeinen in Brabant werden gebruikt?
De leerlingen gaan zelfstandig aan de slag met de voorwerpen uit de leskist. Aan de hand van de voorwerpen en de daarbij behorende werkbladen leren zij over de verschillende aspecten van het leven in de Romeinse tijd, zoals het schrift, geld, kleding, infrastructuur, het badhuis, huizenbouw, religie, sport en spel en het leger.
Deze leskist bevat 32 archeologische voorwerpen (deels authentiek), een docenten- en leerlingenhandleiding (versie voor het basisonderwijs en versie voor het voortgezet onderwijs), een vergrootglas en achtergrondinformatie.
Doelgroep: groep 7 en 8 van het basisonderwijs
In het lespakket Kaarten op Tafel staan historische en aardrijkskundige kaarten van West-Brabant centraal. Zo komen onder meer kaarten van vestigingssteden, topografische kaarten en provinciekaarten aan de orde. Het lespakket bestaat uit opdrachtkaarten voor leerlingen, een docentenhandleiding en de website www.kaartenoptafel.nl, waar niet alleen de kaarten die in het lespakket worden gebruikt zijn te vinden, maar ook aanvullende.
Het gebruik van historische en geografische kaarten sluit aan bij de kerndoelen van de vakken geschiedenis en aardrijkskunde en past bij vrijwel alle methoden. Het lespakket is bovendien lesstofvervangend en fraai uitgevoerd in kleurendruk.
Doelgroep: elk jaar wisselend
Het museum maakt deel uit van het Kunstmenu. Roosendaalse cultuurinstellingen bieden leerlingen van de basisschool een programma op maat aan. Het museum werkt hiervoor samen met het Centrum voor de Kunsten afdeling Beeldend. Inmiddels doen bijna alle basisscholen in de gemeente mee.
Dit jaar bezochten leerlingen van groep 3 en 4 de tentoonstelling TOKYO PARIS ROTTERDAM. Het bleef niet bij kijken alleen, de leerlingen werden flink aan het werk gezet.
(foto: Rene Nieuwlaat, Centrum voor de Kunsten)
In de klas wordt een middeleeuws landschap uitgerold in de vorm van een vloerkleed. Waar zouden de boeren het land gaan bewerken? Wat is de beste handelsplek? Op welke plaatsen wilden de mensen graag wonen? Hoe ontstond een stad? Met behulp van een kasteel, boerderijen, huisjes, een klooster en een stadhuis krijgt de middeleeuwse stad langzaam maar zeker vorm. Daarna onderzoeken de leerlingen in kleine groepjes het leven in de middeleeuwse stad aan de hand van historische bronnen.
De kinderen gaan aan de slag met een rekenopdracht met middeleeuwse munten en een boodschappenlijst, het bedenken van een klucht voor het volgende carnaval, het bestuderen van een stadszegel en het uitvoeren van monnikenwerk: schrijven op echt perkament. In de opdrachten worden verschillende thema’s over het leven in de middeleeuwse stad behandeld die ook in de reguliere lesmethodes aan bod komen, zoals: de markt, feest, bestuur en rechtspraak, eten, wonen, kleding, geloof, boerenleven en oorlog. Welk lot wacht je als boer, burger, geestelijke of edelman? Dit ontdekken de leerlingen tijdens het standenspel. Elke keer blijkt de edelman te winnen...
(foto: Cecile Cooijmans, Cultuurlinc)